Nieuws

Van Veen denkt na over rust: ‘Misschien wat skippen’

Koen van Ekeren - 18 augustus 2026, 18:21

Gian van Veen speelt in zijn eerste jaar op de World Series alle toernooien, maar sluit niet uit dat hij daar volgend seizoen anders in staat. “Misschien dat je in januari wat kunt skippen,” zei de Nederlander vanuit Australië.

Van Veen belde in de podcast Darts Draait Door in vanuit Down Under. Na de New Zealand Darts Masters reisde hij door voor het volgende toernooi. Zou hij volgend jaar overwegen niet alle World Series-evenementen te spelen? Van Veen hield een slag om de arm. “Weet ik nog niet, dat hangt ook een beetje af van hoe het WK gaat,” zei hij.

Speelruimte na een goed WK

Volgens Van Veen bepaalt dat WK-resultaat hoeveel ruimte een speler daarna krijgt. Wie het goed doet in Alexandra Palace, mag van de PDC weinig laten schieten. Maar in januari valt er dan wel een gat in de kalender te maken. Precies daar zoekt hij zijn vrije tijd.

De vergelijking met zijn eerste Premier League-campagne maakte hij zelf. “De Premier League is zestien weken achter elkaar lang beuken van de ene Engelse stad naar de andere,” zei Van Veen. “Dan zit je wel liever op plekken zoals dit, of in Auckland of New York.”

Andere sfeer dan de Premier League

Of de World Series hem beter bevalt, wilde hij niet zeggen. Wel noemde hij het een compleet andere ervaring, met een gemoedelijkere sfeer tussen de spelers onderling dan hij gewend is uit de Premier League, waar iedereen week in week uit het beste van zichzelf wil laten zien.

Sportief kijkt hij zonder spijt terug op Auckland, waar hij in de kwartfinale verloor van Jonny Clayton. Zijn voorbereiding was verre van ideaal, met een vakantie en een zoekgeraakte koffer, maar over zijn spel was hij tevreden. “Clayton strafte echt alles af,” zei Van Veen. “Ik denk wel dat er meer in zat.”

Koen van Ekeren

Geschreven door

Koen van Ekeren

Gooit darts, kijkt darts en schrijft over darts. Droomt van een carrière als prof, maar dient tot die tijd het 'Barney Army'.

Meer berichten van Koen van Ekeren